J. Paul Getty - De scrooge van de kunstwereld

Met 1,3 miljoen bezoekers per jaar is The Getty in Californië een van de bestbezochte musea van de Verenigde Staten. Het begon allemaal met de verzamelwoede van één man: J. Paul Getty, die de kunst vooral kocht als waardevolle investering om meer rijkdom te vergaren.
J. Paul Getty - De scrooge van de kunstwereld

Steenrijk, maar gieriger dan Dagobert Duck. Dat is de omschrijving die Jean Paul Getty – later bekend als J. Paul – in de volksmond heeft gekregen. De in 1976 overleden oliemagnaat werd in 1957 door het blad Fortune ‘de rijkste levende Amerikaan’ genoemd en belandde in 1966 in het Guinness book of records als rijkste burger. Toen hij stierf, was hij meer dan zesmiljard waard, in die tijd een buitengewoon hoog bedrag. Getty werd op 15 december 1892 geboren in Minneapolis in een rijk en strenggelovig methodisten-gezin. Toen hij tien was, kocht zijn vader de minerale rechten voor 1100 hectare grond. Hij vestigde er olieputten op, die elke maand 100.000 vaten ruwe olie opleverden. Zo vergaarde de familie haar eerste miljoen. Toen J. Paul 21 jaar werd, kreeg hij 10.000 euro van zijn vader om te investeren in de olie-business. Het was een gouden tijd om zaken te doen en binnen twee jaar was hij miljonair. Het was J. Paul die – ondanks een geringe erfenis van zijn vader toen hij stierf, een straf voor zijn losbandigheid – het bedrijf tot een miljardenconcern uitbouwde onder de naam Getty Oil.

Toen hij stierf, was J. Paul Getty meer dan zes miljard waard

Womanizer

J. Paul Getty stond al van jongs af aan bekend als een womanizer, tot ergernis van zijn familie. Zijn advocaat Robin Lund omschreef hem ooit als: ‘De man die zelden ‘nee’ zegt tegen een vrouw en zelden ‘ja’ tegen een man’ – dat laatste vanwege zijn harde zakelijke attitude. Getty trouwde en scheidde vijf keer in zijn leven en kreeg vijf zonen met vier van zijn vrouwen. Daarnaast had hij in elke stad waar hij kwam minnaressen, want aan echtelijke trouw deed J. Paul niet. Zelf deed hij er laconiek over als hij weer eens een vrouw inruilde voor een jonger exemplaar. ‘Een blijvende relatie met een vrouw is alleen mogelijk als je een zakelijke mislukking bent’, sprak Getty. Zijn enorme gierigheid, vermoedelijk voortgekomen uit zijn vrome opvoeding, had ook e ect op zijn familieleven. Zijn vijfde vrouw Louise, bekend geworden als actrice Teddy Getty Gaston, bracht op haar 99ste haar memoires uit, waarin ze vertelde dat Getty haar belachelijk had gemaakt, omdat ze in de jaren 50 te veel geld had besteed aan de behandeling van hun 6-jarige zoon Timothy. De jongen had een hersentumor en raakte daardoor zelfs blind, maar zijn vader vond alle medische kosten maar onzin. Toen ‘Timmy’ op 12-jarige leeftijd stierf, ging Getty niet eens naar zijn begrafenis. Sowieso is J. Paul Getty nooit een liefhebbende vader geweest. Een van zijn andere zoons pleegde zelfmoord, eentje was verslaafd en een derde is het nooit te boven geko- men dat hij al bij zijn geboorte werd ont- erfd (Getty deed dit om zijn schoonvader te wreken, die tegen het huwelijk was).

Ontvoerd door de maffia

Zijn zuinige inborst kwam ook naar voren in verhalen van zijn werknemers: Getty zou zijn kleding met de hand wassen, omdat hij geen geld wilde besteden aan de stomerij. Hij liet een telefooncel met muntgeld installeren in het 72 kamers tellende herenhuis Sutton Palace, dat hij kocht in Engeland, zodat zijn personeel niet zomaar dure telefoontjes kon plegen. En als hij reisde, onderhandelde hij net zo lang totdat hij de mooiste kamer in de meest luxe hotels kreeg voor zo min mogelijk geld. Ook bij het kopen van kunst en onroerend goed wist hij altijd tot het laagst mogelijke bedrag af te dingen. Het trieste dieptepunt in zijn gierigheid bereikte hij toen zijn 16-jarige kleinzoon John Paul Getty III in 1973 werd ontvoerd door de Italiaanse maffia. De kidnappers eisten 17 miljoen dollar losgeld, een schijntje voor Getty, maar toch weigerde hij te betalen. Pas toen ze een oor en een haarlok naar de krant stuurden (met de tekst: ‘Dit is het oor van Paul. Als we het geld niet binnen tien dagen krijgen, komt zijn andere oor er ook aan. Met andere woorden: dan komt hij in stukjes’) kwam de oude Getty in actie. De ontvoerders hadden hun vraagprijs inmiddels verlaagd naar 3 miljoen, maar hij wilde niet meer betalen dan 2,2 miljoen, het maximale bedrag dat hij van de belasting kon aftrekken. De overige 800.000 dollar ‘mocht’ zijn zoon van hem lenen tegen 4 procent rente. Getty verdedigde zijn acties door te zeggen dat zijn andere kleinkinderen vogelvrij zouden raken voor copycats als hij toe zou geven aan de eisen van criminelen. Zijn kleinzoon kwam het trauma nooit meer te boven: hij raakte aan de drugs, kreeg een beroerte veroorzaakt door een overdosis van drank en medicijnen en eindigde verlamd en vrijwel blind. Regisseur Ridley Scott verfilmde dit verhaal in 2017 in All the money in the world geïnspireerd op het boek Painfully rich: the outrageous fortunes and misfortunes of the heirs of J. Paul Getty van John Pearson. Het enige in zijn leven waar J. Paul Getty wél geld aan wilde uitgeven, waren kunstwerken en antiek. Als tiener verzamelde hij al kleine stukken Aziatische kunst toen hij een rondreis door Azië maakte met zijn ouders. Maar pas in de late jaren 30 werd hij, na een paar belangrijke aankopen, als serieuze kunstverzamelaar beschouwd. Volgens schrijver Pearson waren zijn aankopen tegenstrijdig met zijn leefwijze. ‘Eigenlijk stond Getty zichzelf helemaal niet het genot toe om een woning, kunstwerk of zelfs een meubelstuk te kopen, tenzij hij wist dat dit in waarde zou stijgen.’ De kunstwerken die hij aanschafte, gaven hem die zekerheid. In 1945 kocht Getty een landgoed van bijna 26 hectare in Malibu (hierop staat de huidige Getty Villa, die samen met het Getty Center in Los Angeles The Getty Museum vormt.) In de bijbehorende woning begon hij zijn kunst op te slaan: Griekse en Romeinse artefacten, Franse achttiende-eeuwse meubels en schilderijen van Europese meesters als Claude Monet, Edgar Degas, Paul Cézanne, Paul Gauguin, Pierre-Auguste Renoir en Vincent van Gogh. Vanaf 1954 begon Getty zijn woning mondjesmaat open te stellen voor publiek en gaf hij ook stukken aan het Los Angeles County Museum of Art om tentoon te stellen. In 1968 begon hij plannen te maken om een villa in Romeinse stijl te laten bouwen; J. Paul Getty was namelijk geobsedeerd door de Romeinen en ervan overtuigd dat hij de reïncarnatie was van de Romeinse keizer Hadrianus.

J.Paul dacht dat hij de reïncarnatie was van de Romeinse keizer Hadrianus

Pronkstuk

In 1974 – vlak voor zijn overlijden – was zijn pronkstuk klaar en de opening van het eerste Getty Museum een feit. J. Paul Getty heeft het door ouderdom alleen zelf nooit meer kunnen meemaken. Toen hij op 83-jarige leeftijd overleed, was hij zo vervreemd van zijn familie dat alleen zijn oudste zoon Paul naar de begrafenis kwam. Na zijn dood kwam het grootste deel van zijn vermogen in handen van de in 1953 door hemzelf opgerichte J. Paul Getty Trust. De collectie groeide snel, maar dit was niet zonder controverse. Griekenland en Italië beweerden namelijk dat meerdere kunstwerken op illegale wijze werden verkregen. Ze zouden geroofd zijn van archeologische sites en daarna zijn witgewassen in de kunsthandel. Ook andere musea zoals het Metropolitan Museum of Art in New York en het Boston Museum of Fine Arts zijn hiervan beschuldigd. Tussen 2005 en 2011 besloot het Getty Museum zo’n vijftig stukken met een totale waarde van 1 miljard dollar terug te geven aan de landen van herkomst, waaronder het beeld Aphrodite van Morgantina, dat terugkeerde naar Italië.

Uitzicht over LA

Dankzij de enorme bijdragen van J. Paul Getty kon met de bouw van een tweede museum worden gestart: het Getty Center in Brentwood (Los Angeles). Het trustfonds huurde in 1984 de Amerikaanse architect Richard Meier in (die ook het Haagse stadhuis ontwierp) om het gebouwencomplex te designen. Meier wilde een centrale tuin, maar het trustfonds besloot dat dit méér dan een landschap moest worden. Ze wilden dat het een kunstwerk op zich zou zijn, waarvoor kunstenaar Robert Irwin werd ingeschakeld. En met resultaat, want alleen al in de Getty-tuinen kun je urenlang rondbrengen. En genieten van adembenemende uitzichtpunten over Los Angeles. Op 16 december 1997 opende The Getty zijn deuren voor publiek. De Getty Villa sloot jarenlang voor renovatie en werd heropend op 28 januari 2006. In de villa zijn antieke voorwerpen uit de klassieke oudheid en Griekse, Romeinse en Etruskische kunst te zien, zo’n 44.000 stukken in totaal. Hoofdmuseum The Getty Center, huisvest collecties westerse kunst van de middeleeuwen tot het heden. Schilderijen en tekeningen van Vincent van Gogh, Paul Cézanne, Rembrandt van Rijn, Jan Steen en Peter Paul Rubens, sculpturen, antieke beelden, foto’s en manuscripten. Getty verzamelde kunst op dezelfde manier als hij zaken deed: hij keek naar de houdbaarheid en waardevastheid en koos voor de kunst van royals en aristocraten uit de westerse geschiedenis: de ware meesters. ‘Ik hou er niet van om een menigte te volgen’, sprak hij ooit. Dit maakte hem tot een van de grootste en meest interessante kunstverzamelaars uit de historie.

Laatste nieuws