5 vragen aan Ellen Wilbrink

'Voor mijn komst bestond de directie uit twee zeer gedreven vrouwen en dat betekende dat ik grote schoenen te vullen had en al hun taken in één baan moest zien te krijgen'

Honderd jaar na het overlijden van de wereldberoemde architect Michel de Klerk viert een tentoonstelling in Museum Het Schip zijn werk. Niet alleen zijn talent, maar ook zijn voortdurende invloed. Directeur Ellen Wilbrink: ‘De Klerk is de eerste architect die mooie huizen bouwde voor arbeiders en dat was baanbrekend.’

1. Wat is voor jou een favoriet stuk uit de tentoonstelling?

“Het mooiste werk van Michel de Klerk is natuurlijk wooncomplex Het Schip, waarin het museum is gevestigd. Het expressionistische woonblok met het bijzondere, lavendelblauwe betegelde postkantoor op de hoek is één van de hoogtepunten van de Amsterdamse School architectuur. Dat Michel de Klerk een visionair architect was, is bekend, maar dat hij daarnaast een getalenteerd meubelontwerper en -maker en tekenaar was, is minder bekend. Daarom kies ik twee stukken uit de tentoonstelling die deze relatief onbekende kant belichten: een fraai getekend zelfportret uit 1915 en een mahoniehouten secretarie uit Huize De Helm in Bloemendaal uit 1916.”

2. Hoe zou je de Klerks invloed omschrijven?

“Zonder hem had de Amsterdamse School, die bekend staat om zijn expressieve stijl vol symboliek, niet bestaan. De Klerk is de eerste architect die mooie huizen bouwde voor arbeiders en dat was baanbrekend. De woonblokken van De Klerk zijn vanwege die unieke vooruitstrevende insteek en tijdloze schoonheid wereldberoemd en een voortdurende bron van inspiratie voor jonge architecten.”

3. Je bent nu bijna een jaar directeur, hoe waren de afgelopen maanden?

“Ik ben in een warm bad terechtgekomen en geniet enorm van de dynamiek in het museum. Naast de kleine kern vaste medewerkers en betrokken vrijwilligers werkt het museum met ‘Schippers’ – een groep jonge architectuur- en (kunst)geschiedenis studenten die zorg dragen voor de dagelijkse organisatie. Voor mijn komst bestond de directie uit twee zeer gedreven vrouwen en dat betekende dat ik grote schoenen te vullen had en al hun taken in één baan moest zien te krijgen. Na de eerste hectische maanden brak ik mijn arm bij een fietsongeluk en moest ik noodgedwongen wat gas terugnemen. Daardoor ontstond vanzelf rust en overzicht, een geluk bij een ongeluk.”

4. Had je zelf al een link met de Amsterdamse School of met architectuur?

“Ik ben opgegroeid in Enschede en toen ik eind jaren 80 naar Amsterdam verhuisde, was ik diep onder de indruk van de schoonheid van de stad. Ik heb ruim twintig jaar met veel plezier aan de Amstelkade gewoond, in een huis van de vrouwelijke Amsterdamse School van de Amsterdamse Staal-Kropholler. We keken uit op de mooiste brug van de Amsterdamse School: de P.L. Kramerbrug, ontworpen door Piet Kramer en met prachtig beeldhouwwerk van Hildo Krop. Met onze kinderen fietsten we dagelijks door de P.L. Takstraat naar de basisschool in De Pijp.”

5. Wat ben je de komende jaren van plan met Museum Het Schip?

“We zijn bezig met de voorbereidingen voor een grote tentoonstelling over de vrouwen van de Amsterdamse School, onder wie natuurlijk Margaret Staal-Kropholler. Dat is nog niet eerder gedaan en daar kijk ik erg naar uit. Museum Het Schip is naast het museum over de Amsterdamse School ook het museum van de volkshuisvesting. De huidige woningcrisis is vergelijkbaar met die van honderd jaar geleden. We gaan dit onderwerp de komende jaren meer voor de bühne brengen vanuit het historische perspectief: wat kunnen we nu leren van de situatie van een eeuw geleden.”

Michel de Klerk, inspirator van de Amsterdamse School 17 november 2023 t/m 1 september 2024, hetschip.nl

Tekst: Jorrit Niels | Beeld: Sytze Pruiksma

Laatste nieuws