Thekla Reuten

Ze speelt de hoofdrol in De Reünie, haar zoveelste, na vijftien jaar heel hard werken in onder meer Nederland, Engeland, Duitsland, Amerika en Italië. Thekla Reuten over haar vader, haar vak, haar ambities en levenslessen.

Thekla Reuten

Thekla

‘Mijn naam komt van het Griekse Theokleia, het betekent: door God geroepen. Theokleia was de eerste priesteres. Wil je dit echt weten? Ja? Nou, in het kort: Theokleia hoorde Paulus preken op een plein en raakte erdoor in vervoering. Ze volgde Paulus en werd zijn leerlinge. Op een gegeven moment wordt ze veroordeeld en in een arena voor de leeuwen geworpen. Maar die leeuwen gaan aan haar voeten liggen en vallen in slaap. Ze is gered. Dan wordt ze op de brandstapel gegooid – maar dan begint het hard te regenen en wordt het vuur gedoofd. Weer gered. En uiteindelijk wordt ze heilig verklaard. Mooi verhaal, hè? Ik ben altijd heel blij geweest met mijn naam, maar aan de andere kant heeft het ook iets zwaars – door God geroepen, hoezo dan? Oh ja, nog één ding dan over mijn naam: het ondeugende nichtje van Mozart heette ook Thekla. Ze schreven elkaar briefjes vol seksuele toespelingen, allerminst heilig, zeg maar het andere uiterste. Ik was blij toen ik dat ontdekte; het relativeert een beetje.’

'Het ondeugende nichtje van Mozart heette ook Thekla'

Ouders

‘Niet alledaags nee, mijn vader en moeder. Mijn moeder is een volbloed Italiaanse, afkomstig uit Toscane. Eind jaren dertig kwamen haar ouders hierheen met haar ouders; ze vestigden zich in Tuindorp Oostzaan, in Amsterdam-Noord. Mijn vader kwam uit het Limburgse Heerlen; hij was priester. Hij was een vrije geest die vrijzinnig in zijn geloof stond. Hij was voor homo’s, voor vrouwen in de kerk, voor gelijke rechten van vrouwen; hij had kritiek op het Vaticaan en op de bureaucratie binnen de kerk. Hij werd verliefd op mijn moeder en vond dat als priester allerminst een schande: hij vond dat liefde hoorde bij het geloof, bij God, bij alles waar hij om gaf. Tussen hem en de kerk ontstond een crisis; hij werd uit zijn ambt gezet.

Mijn vader is gestorven toen ik 24 was. Hij had een lang ziekbed; ik heb veel met hem kunnen praten. Ik heb hem kunnen zeggen hoe bijzonder ik het vond dat hij voor mijn moeder koos, dat ze tegen de algemeen geldende regels ingingen. Trouwens ook tegen die van mijn Italiaanse, zeer katholieke oma, die ook erg tegen dat huwelijk was, al is ze daar uiteindelijk op teruggekomen omdat ze dol was op mijn vader. Pas achteraf besefte ik hoe dat moet zijn geweest – tegen de wil van de maatschappij ingaan, tegen de wil van je ouders. Wat dat betreft was mijn vader een dappere man ja. Soms heb ik het ineens heel erg: kon ik nu maar een uurtje met hem praten.’

Geloof

‘Ik heb communie gedaan, bij mijn vader, want hij bleef zijn vak uitoefenen bij kerken die hem bleven vragen om te komen preken. Ik las de kinderbijbel en ik ging naar de katholieke Montessorischool. Daar kregen we onderwijs over het christendom, maar ook over de islam en het boeddhisme; heel breed, heel vrij – en heel breed en heel vrij ben ik ook thuis opgevoed. Op een gegeven moment vertelde ik mijn vader dat ik niet meer mee wilde naar de kerk. Dat vond hij geen probleem, maar hij wilde wel weten waarom. Toen heb ik gezegd dat ik God niet speciaal in de kerk vond maar thuis, als we het gezellig hadden met elkaar. Het was een beetje een kinderlijke redenering, maar ik vind hem eigenlijk nog steeds kloppend.’

 

Italië

‘De Italiaanse cultuur was zeker aanwezig in ons gezinsleven. Eten met elkaar was heel belangrijk – en mijn moeder kon geweldig koken. Er kwamen vaak vrienden eten. En we gingen elk jaar in Italië op vakantie, naar de familie in Toscane. Maar ik ben niet tweetalig opgevoed. Ik heb weleens aan mijn moeder gevraagd waarom niet. Ze zei dat dat geforceerd zou hebben aangevoeld omdat de liefde tussen haar en mijn vader in het Nederlands was. Mooi hè?’

Cultuur

‘Onderweg naar Toscane maakten we altijd tussenstops, daar had mijn vader veel werk van gemaakt. We bezochten musea, kerkjes en kathedralen waar hij verhalen bij vertelde; hij bracht het tot leven. Onze ouders waren sociaal en maatschappelijk actief. Maar ook boeken waren belangrijk, net als theater, film en muziek… Mijn broer en ik hebben allebei iets voortgezet wat bij hen leefde.’

Thijs

‘Politiek is zijn passie. Hij werd al op de middelbare school actief in de lokale PvdA en heeft er zijn beroep van gemaakt. Hij was Tweede Kamerlid en is nu stadsdeelwethouder in Amsterdam, een zeer intensieve baan. Mijn broer en ik hebben een heel goede band die nog verdiept is doordat we onze vader zijn verloren – gelukkig, want dat is helemaal niet zo vanzelfsprekend: er zijn ook families waarbij men dan juist uit elkaar groeit. Wij hebben een groot wederzijds respect voor hoe we in ons vak staan. En we zijn ook steeds meer betrokken bij elkaars privéleven. Dat woord – betrokken – was ook essentieel tijdens onze jeugd, bij onze opvoeding.’

Jeroen Willems

‘Ook familie – mijn neef. Hij had zo’n aantrekkingskracht. Mannen en vrouwen werden half verliefd op hem als ze maar even met hem hadden gesproken. Hij was een groots mens, een onnavolgbaar acteur. Hij is een van de redenen dat ik naar de toneelschool ging en… Nou ja, laat ik het hier maar bij laten. Ik zou pagina’s lang over Jeroen door kunnen gaan.’

'Ik wist het heel zeker, dit was wat ik wilde'

Toneel

‘Ik was twaalf, dertien jaar toen ik naar de stukken van Theatergroep Hollandia ging. Boerenstukken. Het was mijn eerste kennismaking met toneel – en wat een kennismaking! Jeroen speelde er, en Elsie de Brauw en Betty Schuurman, en Johan Simons en Paul Koek deden de regie. Daar stond ik als meisje ineens in een fabriekshal naar een heel rauwe kant van het leven te kijken. Die kant kende ik helemaal niet. Pas later leerde ik dat deze vorm van toneel eerder uitzondering dan regel is: zo direct met nauwelijks afstand tot het publiek. Die directheid van de acteurs sprak me heel erg aan. Die wereld, dat was een groot contrast met het Bussum waar ik vandaan kwam. Die wereld – theater, muziek – dat wilde ik ook.

Op de middelbare school ging ik een keer in de week naar de jeugdtheaterschool waar we stemles en bewegingsles kregen, en daarna spelles. Leuk – en ook best serieus. Maar het was voor mij zeker geen droomwereld; ik dacht: dit is een vak dat je kunt leren, en waar je altijd in kunt blijven doorleren. Ik wist het heel zeker, dit was wat ik wilde. En daar wilde ik heel hard voor werken. Ik hou van hard werken, van mijn best doen om iets zo goed mogelijk te leren. Leren, meer leren, doorleren. Dat zit wel in me ja.

Ik was 17 toen ik mijn VWO haalde en auditie deed bij de Toneelschool Maastricht en de Toneelschool Amsterdam. Ik werd bij allebei aangenomen en kiezen is voor mij altijd een enorm dilemma. Ik koos uiteindelijk voor Amsterdam omdat mijn vader toen al ziek was – om dichterbij te zijn.’

Roem

‘Oh nee, dat speelde helemaal niet mee. Acteren was en is voor mij een vak, cultuur en soms kunst, een manier ook voor mijzelf om het leven te kunnen omarmen, te doorgronden en delen. Buiten het vak leid ik liefst een zo anoniem mogelijk bestaan; ik kan ook veelal over straat zonder herkend te worden. Roem, bekend zijn, is vandaag de dag ook zó betrekkelijk. Er is in vijftien jaar veel veranderd. Een eerste teken daarvan was in 2000, de première van De Zwarte Meteoor, een film over de eerste zwarte voetballer in Nederland, naar een boek van Tom Egbers. Ik liep met Tom en medespeler Gijs Scholten van Aschat over de rode loper – en niemand zag ons! Iedereen riep als een bezetene ‘Ruud! Ruud!’ Naar die Ruud uit Big Brother, die er ook was. Veelzeggend, toch? Dit is de tijd van snelle roem; van mensen die heel snel een bekende Nederlander worden en van wie je na een tijdje nooit meer wat hoort. Ik heb nooit last gehad van bekend willen zijn. Ik wilde en wil gewoon spelen.’

George Clooney

‘Heel bijzonder, die carrière: van knappe dokter in ER tot wat ie nu allemaal maakt als acteur, regisseur en producer. Maar de tol die zijn roem eist, ambieer ik niet. Geen moment rustig over straat kunnen, altijd alert zijn… Oh nee, nee zeg! Ik wil wel in de media verschijnen, maar dan als actrice; praten over mijn vak. Ik vind het fijn om enigszins anoniem te zijn, dat past ook bij me. Roem kan je rollen gaan overschaduwen. Meryl Streep praat in de media alleen over haar werk en daarom kun je nog steeds verdwijnen in al haar rollen. Ik kan een gesprek hebben met iemand over een film zonder dat diegene in de gaten heeft dat ik erin speelde.’

Harde werker

‘Dat ben ik. Soms misschien een beetje té. Een beetje te calvinistisch. Vrienden hebben me er de afgelopen jaren ook op gewezen: ‘Geniet je er wel van? Kijk je wel een beetje om je heen als je in Los Angeles of Marokko aan het draaien bent?’ Ik ben meteen na de toneelschool vijftien jaar lang aan het werk geweest, van rol naar rol, van set naar set, van land naar land. Ik word wat ouder, ik neem nu iets meer rust. Heel prettig.

Ik heb zes, zeven jaar aan een stuk in het buitenland gewerkt; in Duitsland, Frankrijk, Italië, Engeland, Amerika. Het Diner was na lange tijd weer een Nederlandse productie. Vervolgens deed ik nog drie Nederlandse producties. Het was een beetje thuiskomen. In mijn omgeving zijn de laatste jaren meerdere mensen overleden. Vrienden trouwden bovendien, kregen kinderen. Ik had wel behoefte aan een soort thuis. En ja, er was – is – de liefde: mijn vriend, die in Amsterdam woont.

Het is erg verrijkend maar ook vermoeiend om elke film met een totaal nieuwe cast en crew te werken en in steeds een ander land. Telkens in het diepe, telkens een andere ‘familie’ aan wie je je sociaal gezien laat kennen, met wie je verbinding zoekt. Dan dacht ik weleens: wat moet het heerlijk zijn om bij een gezelschap jarenlang met dezelfde mensen te werken… Ik wil terugkeren naar mensen met wie ik heb gewerkt. Met een aantal mensen die je goed kent en waardeert steeds een stap verder gaan. Ik heb daar nu behoefte aan. Het is een behoefte aan verbinding, aan verdieping.’

De Reünie

‘Ik wil de komende jaren vanaf het begin af aan betrokken zijn bij bepaalde projecten en de verfilming van het boek De Reünie is een eerste zaadje dat ging bloeien. Alweer jaren geleden heb ik een boek gelezen van Simone van der Vlugt en ben ik met haar in gesprek geraakt. Ze heeft een enorm oeuvre aan internationaal uitgegeven thrillers, vaak over onderwerpen die dicht bij de mensen staan en toch het dagelijks leven ontstijgen. Ik vind met name dat zij ongelooflijk goede plots heeft in haar boeken. Als je De Reünie leest, die plotopbouw, die gedetailleerde personages – dat geeft een erg goede basis voor een film.

Er gebeurde lange tijd niets, maar toen kwam ik filmproducent Gijs van de Westelaken tegen, we raakten aan de praat en een week later zat ik op zijn kantoor met een distributeur. Dat is ongelooflijk snel; meestal is een film van de grond krijgen een erg ingewikkeld en lang proces.

Ik wilde iets leren over produceren, van begin af aan erbij betrokken zijn. Toen we worstelden met het script haalde ik Menno Meyjes erbij, de scriptschrijver en regisseur van onder meer Het Diner. Voor mij was het belangrijk dat hij een persoonlijk link maakte met het verhaal. Hij heeft zelf dochters, weet om die reden hoe pubervriendinnen met elkaar omgaan; de overgave tussen vriendinnen, de onderlinge genadeloosheid van pubers onder elkaar. Na Het Diner weer werken met Menno, en weer met cameraman Sander Snoep en met Daan Schuurmans… Net een familie. Net wat ik nu wil.’

Vader

‘Er loopt een lijntje, zeker. Mijn vader wilde als pastoor mensen verbinden, een verhaal vertellen, begrip en inzicht bieden. Dat wil ik ook. En daarbij: religie is ook theater hè – en andersom.’