Fred de la Bretonière: 'Mijn ontwerpen onderstrepen jouw persoonlijkheid'

Hij mag dan in 2014 een stapje terug hebben gedaan, zijn passie voor schoenen en tassen is Fred de la Bretonière (80) nooit verloren. Bevlogen blikt hij terug op de tijd dat hij aan het roer stond van ‘zijn’ merken Fred de la Bretonière en Shabbies Amsterdam.

Fred de la Bretonière.

Zijn huis in Amsterdam oogt als een mini-museum vol modeschatten. Al zijn beroemde tassen, van de Suzanna (een eerbetoon aan zijn vrouw) tot de Esmée (vernoemd naar zijn dochter) en de Marianneke (waarover later meer), staan uitgestald in zijn voormalige atelier. Fred haalt meteen de ontwerptekeningen tevoorschijn om te laten zien hoe ogenschijnlijk simpel hij de modellen bedacht. Juist door die eenvoud in zijn ontwerpen – Fred houdt niet van gedoe – wist zijn schoenenen tassenmerk zich te onderscheiden. ‘Mijn schoenen en tassen zijn ontworpen om je beter te voelen. Bij elke stap die je zet, worden mijn producten een deel van jezelf. Mijn ontwerpen onderstrepen jouw persoonlijkheid. Net als een spijkerbroek die, naarmate hij meer is gedragen, steeds dierbaarder wordt’, verwoordt Fred het treend in zijn biograe Soul for every sole, die hij uitbracht ter ere van zijn tachtigste verjaardag.

Fascinatie voor mode

Zijn fascinatie voor mode begon al jong en werd gevormd door de tijd die zijn familie doorbracht op Java, de geboorteplaats van zijn vader. ‘Na de Tweede Wereldoorlog zijn we met de boot naar Indonesië vertrokken, en daar hebben we drieënhalf tot vier jaar gewoond. Door mijn ervaringen als klein kind in de tropen had ik een heel andere visie op mode en vormgeving dan kinderen in Nederland’, vertelt de ontwerper. Hij was al jong gefascineerd door mooie materialen en kon minutenlang met een pokerbeker in zijn handen zitten om het ruwe leer te betasten en de geur op te snuiven. Eenmaal terug in Nederland merkte hij hoeveel verjnder zijn smaak was. ‘Ik vond alle kinderen uit mijn klas er stom uitzien en als ik met mijn moeder ging winkelen, wist ik precies wat ik wel en niet wilde dragen. Zo wilde ik toen al alleen schoenen met leren zolen, geen spekzolen of dikke rubberen zolen, zoals de andere kinderen droegen. Ik had niet alleen een fascinatie voor mode, maar ook voor vormgeving en interieur. Ik keek naar het leergebruik bij koers, maar ook naar hoe een bank was gemaakt.’

‘Door mijn ervaringen als kind in de tropen keek ik anders naar mode, ik vond kinderen in mijn klas er stom uitzien.'

Fred de la Bretonière

In zijn vrije tijd was Fred altijd aan het tekenen en schetsen en uiteindelijk besloot hij naar de Haagse Vrije Academie te gaan. ‘Ik had bedacht dat ik kunstschilder wilde worden, maar na twee exposities besefte ik dat daar niet van te leven viel, en ik wilde niet mijn hand ophouden.’

Zadeltassen en rijlaarzen

Een bij toeval ontdekte doos met oude, leren horlogebandjes, zorgde voor een nieuwe markt. Hij poetste ze op en verkocht ze voor vijftig cent per stuk. ‘Het sloeg aan en mensen vroegen me: “Maak je ook riemen en tassen?” Ik ben me gaan oriënteren op wat er in die tijd in de stad hing en vond het allemaal lelijk. Zelf was ik gefascineerd door paardrijden, met name door de zadeltassen en rijlaarzen van stoer leer.’ Juist de binnenkant van het leer vond Fred mooi, dus draaide hij het materiaal om, iets wat geen schoenontwerper eerder had gedaan. Voor zijn tassen gebruikte hij grote sluitringen uit ijzerzaken (‘Normale gespen vond ik te tuttig’) en op die manier wist Fred de la Bretonière zich al snel te onderscheiden. Stylisten (‘Al bestond die term toen nog niet’), artsen en reclamemensen kochten zijn bijzondere producten. Ook maakte hij tassen op maat, zoals een fototas voor fotograaf Paul Huf. Steeds meer winkels begonnen bij hem in te kopen – zo plaatste onder andere

De Bijenkorf een grote order – en in 1970 opende hij zijn eerste eigen winkel: Leeratelier Amsterdam. Fred vertelt dat hij Nederland al snel te klein vond, dus huurde hij in 1974 een stand op de internationale modebeurs Prêt-à-Porter in Parijs. ‘Ik vond mezelf daar veel beter passen dan op die Nederlandse beurzen. Het werd een succes, want de orders stroomden binnen uit landen als Frankrijk, België, Zwitserland, Engeland en zelfs Amerika en Canada. Maar ja, toen moest ik alles op tijd uitleveren en daar had ik totaal geen ervaring mee. Ik dacht: als ze het mooi vinden, dan nemen ze het heus wel af, ook al is het twee, drie weken te laat. Maar zo werkt het helemaal niet, daar gelden heel strikte regels voor, dus in plaats van eraan te verdienen, heeft dit me heel veel geld gekost.'

Lees het hele interiew in de gloednieuwe Elegance!

Carrière