Scène 1
Eind 1992, Den Haag.
Thuis bij de vermaarde Nederlandse jazztrompettist Ack van Rooyen ontmoeten Fay en Paul elkaar voor de allereerste keer. Muzikaal zijn ze meteen onder de indruk van elkaar.
P: ‘Met Ack heb ik tot zijn dood veel gewerkt, dat begon eind jaren 80, begin jaren 90. Hij nodigde me vaak uit om in Den Haag met hem te spelen, dit was een van die keren. Fay zat nog op het conservatorium.’
F: ‘Een van mijn leraren daar was pianist Rob van Kreeveld, die ook regelmatig met hen speelde. Ik ging wel vaker naar zijn optredens luisteren, soms mocht ik een stukje meezingen. Tegelijk kende ik Acks vrouw Barbara, bij wie ik tai chi-lessen volgde. We praatten over muziek, want ze zong en was een mentor voor mij. Zo kwam het dat ik daar aanwezig was.’
P: ‘We speelden die avond weer eens in Speakers Corner, een café dat niet meer bestaat. Fay deed een paar nummers mee, maar veel meer dan ‘hallo’ hebben we die avond eigenlijk niet tegen elkaar gezegd.’
F: ‘Als persoon was hij me niet opgevallen, maar wel qua toon: ik hoorde hoe goed hij was. Net als zijn broer, die er ook bij was.’
P: ‘Van mijn kant was die vonk er ook nog niet. Ik denk dat ik in die tijd nog te veel in de muziek zat. Het was ook best spannend, spelen met de grote Ack van Rooyen, dus ik was meer met mezelf bezig. Wat ik nog wel weet, is dat Fay een stuk zong dat we vaker speelden en dat ze dat heel instrumentaal kon zingen. In de jazz gaat het om méér dan een liedje gewoon brengen en zij kon dat.’
F: ‘We hebben na die avond geen contact gehouden.’
P: ‘Tegenwoordig ga je elkaar dan volgen op Instagram, maar dat was er nog niet. Een jaar later maakten we allebei ons eerste album. Op een gegeven moment hoorde ik een plaat van Fay en was daarvan onder de indruk. Ik had inmiddels een relatie en kreeg een dochter. Het grappige is dat mijn eerste vrouw en ik samen fan waren van Fay en veel naar haar platen hebben geluisterd. Gek eigenlijk, hè?’
/https%3A%2F%2Fcdn.pijper.io%2F2025%2F08%2FITNa7uGN2LcGrA1754485587.png)
Scène 2
Januari 2006, een hotel in Manhattan.
Op een groot jazzevenement in New York lopen de zangeres en de saxofonist elkaar eindelijk weer ‘live’ tegen het lijf.
P: ‘In New York was een grote jazzconferentie, een soort festival met optredens. Er kwamen veel studenten en muzikanten, ook uit Nederland en Duitsland. Ik zat inmiddels al een tijdje bij de WDR Big Band uit Keulen, waar ik nog steeds in dienst ben.’
F: ‘Ik was daar met het Millennium Jazz Orchestra, waarmee ik al eerder een cd had uitgebracht. Iemand stelde voor om bij de WDR Big Band te gaan kijken en daarna backstage gedag te gaan zeggen, want we kenden allebei muzikanten die daarin speelden. Een trompettist zei: “Ik weet iemand die jou graag wil ontmoeten. Paul Heller, want die vindt jou zo’n goede zangeres!” En toen stonden we opeens tegenover elkaar.’
P: ‘Ik was eerder al bij haar concert gaan kijken, en daar zelfs bij de artiesten-uitgang gaan staan, in de hoop dat zij ook langsliep. Later bleek dat ze door een andere deur was gegaan…’
F: ‘Die avond gingen we met een hele groep nog iets drinken. Het was vrij snel duidelijk dat we naar elkaar toe trokken. Ik wilde graag met hem praten, merkte ik.’
P: ‘Eerst over muziek; zij was immers de zangeres die ik erg goed vond. Maar toen kreeg ik door dat ze ook nog eens aardig was en ging het gesprek verder dan dat. Ik was inmiddels single en er bleek een echte aantrekkingskracht tussen ons te zijn. Die eerste avond is er nog niets gebeurd. We zeiden elkaar netjes gedag, maar spraken af voor de volgende dag. Toen zijn we onder meer naar een concert en prijsuitreiking geweest van mensen die we kenden. Uiteindelijk eindigden we in een pub en hebben we wel gezoend.’
Scène 3
Januari 2006, Central Park in New York.
Enkele dagen na het eerste weerzien maken Fay en Paul een wandeling en nemen daar afscheid voordat ze allebei weer naar huis vliegen.
F: ‘Het was alsof er een bom was ingeslagen: tijdens die trip bleef het niet bij zoenen. Dan kun je je afvragen of dat slim is, zo snel, maar we kenden elkaar natuurlijk al via-via en het was zó duidelijk dat we samen moesten zijn. Er was geen houden meer aan en geen enkele twijfel, bij allebei niet. ‘De volgende ochtend’ liepen we samen door Central Park en hadden daar een vurig afscheid.’
P: ‘Net zo romantisch als wat je je daarbij voorstelt!’
F: ‘Hoewel we daar hartje winter liepen te verkleumen, met lippen die aan elkaar vroren, haha. We bleven zo lang mogelijk, tot we écht weg moesten. Helemaal in andere sferen, hoteldebotel van elkaar. Ons leven was voorgoed veranderd. Hoe het verder zou lopen, nog geen idee. Hoe moest dat allemaal? Ik woonde en werkte in Nederland, Paul in Duitsland, waar hij een dochter had. Het was nogal een pakket allemaal.’
P: ‘We namen allebei een andere vlucht naar huis, maar wel met de afspraak dat we elkaar de week erop weer zouden zien.’
Scène 4
Mei 2006, Keulen.
De twee reizen zo vaak ze kunnen naar elkaar. Paul betrekt een nieuw appartement met het idee dat het een huis voor hen samen moet worden.
F: ‘Paul woonde in Keulen, ik in Voorburg en we probeerden elkaar zo vaak mogelijk te zien. We waren eindeloos aan het bellen, dat was toen nog heel duur. Jij had telefoonrekeningen van wel 750 euro per maand, weet je nog? En ik was zo’n beetje platina-member bij Vodafone. Eigenlijk bijzonder, als je ziet hoe we nu nog steeds druk zijn met agenda’s en plannen, dat we destijds de ruimte vonden om zo veel bij elkaar te zijn.
Ik gaf nog les op verschillende conservatoria in Nederland en had mijn concerten door heel Europa, maar niet veel in Duitsland. Daarnaast had ik een kat. Dus heb ik lang heen en weer gependeld, soms voor twee daagjes. Het duurde nog wel tot 2011 voordat ik officieel in Duitsland werd ingeschreven.’
P: ‘Toch was je al vaak in het appartement in Keulen, dat ik had aangeschaft met het idee dat het de woning van ons samen zou worden. Door mijn vaste aanstelling bij de WDR Big Band was en ben ik aan Keulen gebonden, ik kan hier niet zomaar weg. Wel kwam ik regelmatig naar Nederland; met de trein, want ik had en heb nog steeds geen rijbewijs. Bij de balie waar ik mijn internationale treinkaartjes kocht, kenden alle dames en heren me.’
F: ‘Vroeger wist ik al dat ik op de één of andere manier ooit in het buitenland zou landen. Oh, en ik heb nog een romantisch verhaal! Mijn moeders familie is ook flink uitgewaaierd: een van haar zussen vertrok voor de liefde naar Spanje, een andere trouwde met een Duitser en woonde in Bonn. Mijn moeder bezocht haar met de trein en toen ze op de terugweg eens moest overstappen in Keulen en tijd over had, ging ze naar de Dom. Daar stak ze een kaarsje op en wenste, ongeveer een jaar voordat Paul en ik elkaar tegenkwamen, dat ik een goede man zou treffen. Ongelooflijk toch?’
P: ‘Waar we in het begin Engels met elkaar spraken, was dat voor ons allebei niet onze eerste taal. Ik besloot Nederlands te leren. Net als veel Duitsers kon ik al veel verstaan, maar ik wilde het echt leren spreken. Eerst kocht ik een boek, dat had ik altijd in mijn tas of rugzak, maar dat werkte niet. Toen een groep vriendinnen van Fay een weekend langskwam en zij onderling natuurlijk Nederlands praatten, probeerde ik mee te doen. Niet dat ik het in drie dagen onder de knie had, maar wel binnen enkele weken. Sindsdien spreken Fay en ik thuis Nederlands. Dat was wel het minste wat ik kon doen, zij verhuisde helemaal naar mijn land.’
Verder lezen? Het volledige interview met Fay Claassen en Paul Heller lees je in de nieuwste editie van Elegance, vanaf vandaag verkrijgbaar in de winkel of via tijdschrijftland.
/https%3A%2F%2Fcdn.pijper.io%2F2025%2F08%2FTcHZRDvx6A7Q5v1754485665.png)
- Tekst: Tanja Spaander
- Stef Nagel